Module 4
✕
1
Module 4 - Praktijksituaties en toepassing
2
Scenario: auditieve beperking
3
Scenario: visuele beperking
4
Scenario: motorische beperking
5
Scenario: spraakbeperking
6
Scenario: opvallend uiterlijk
7
Kernprincipes toepassen
8
Persoonlijke toepassing
9
Afronding
Beperking Simulator
✕
Kleuren & contrast
Contrast
Lager = slechter zicht
100%
Helderheid
100%
Zicht & focus
Wazig zicht
Simuleer slechtziendheid
0
Lezen & tekst
Dyslexie
Letterverwisseling
Uit
Licht
Matig
Zwaar
Beweging & interactie
Trilling
Simuleer tremor
0
Cursor vertraging
Motorieke beperking
Uit
Aan
Dashboard
7
/9
Module 4
✕
1
Module 4 - Praktijksituaties en toepassing
2
Scenario: auditieve beperking
3
Scenario: visuele beperking
4
Scenario: motorische beperking
5
Scenario: spraakbeperking
6
Scenario: opvallend uiterlijk
7
Kernprincipes toepassen
8
Persoonlijke toepassing
9
Afronding
Module 4
Menu
Kernprincipes toepassen
Koppel het principe aan de juiste toepassing.
1
Vraag voordat je helpt.
Kies een antwoord
Bied ondersteuning aan zonder direct over te nemen.
Richt je niet automatisch tot een begeleider of collega.
Vertel concreet wat wel en niet toegankelijk is.
Laat iemand op diens eigen manier reageren of spreken.
Controleer wat iemand nodig heeft voordat je handelt.
2
Spreek de persoon zelf aan.
Kies een antwoord
Bied ondersteuning aan zonder direct over te nemen.
Richt je niet automatisch tot een begeleider of collega.
Vertel concreet wat wel en niet toegankelijk is.
Laat iemand op diens eigen manier reageren of spreken.
Controleer wat iemand nodig heeft voordat je handelt.
3
Geef duidelijke informatie.
Kies een antwoord
Bied ondersteuning aan zonder direct over te nemen.
Richt je niet automatisch tot een begeleider of collega.
Vertel concreet wat wel en niet toegankelijk is.
Laat iemand op diens eigen manier reageren of spreken.
Controleer wat iemand nodig heeft voordat je handelt.
4
Geef ruimte.
Kies een antwoord
Bied ondersteuning aan zonder direct over te nemen.
Richt je niet automatisch tot een begeleider of collega.
Vertel concreet wat wel en niet toegankelijk is.
Laat iemand op diens eigen manier reageren of spreken.
Controleer wat iemand nodig heeft voordat je handelt.
5
Doe geen aannames.
Kies een antwoord
Bied ondersteuning aan zonder direct over te nemen.
Richt je niet automatisch tot een begeleider of collega.
Vertel concreet wat wel en niet toegankelijk is.
Laat iemand op diens eigen manier reageren of spreken.
Controleer wat iemand nodig heeft voordat je handelt.
Check antwoord
Vorige
Volgende